Aanscherping exportcontrolebeleid op oud legervoertuigen

Aanscherping exportcontrolebeleid op oud legervoertuigen

16-06-2016

Minister Ploumen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft besloten om het exportcontrolebeleid op oud-legervoertuigen aan te scherpen.
Dit zal worden uitgevoerd middels een interpretatiewijziging van de huidige wettekst, die op 1 september 2016 in zal gaan.

Wat houdt de wijziging in?
Tot op heden gebruikte de Rijksoverheid in beginsel eigenschappen die expliciet op de Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen staan beschreven om aan te duiden of een voertuig speciaal voor militair gebruik ontworpen was.
Vanaf 1 september 2016 zullen legervoertuigen, die speciaal voor het leger (of op verzoek van het leger) ontworpen zijn, ook onder de vergunningplicht vallen, zelfs wanneer de kenmerken van een dergelijk voertuig niet expliciet vermeld staan op de Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen. Wel dienen die eigenschappen militaire-operationele relevantie te hebben. Het tekentafelontwerp zal daarbij leidend zijn. Wanneer een voertuig speciaal voor militair gebruik is ontworpen, zal deze de facto niet gedemilitariseerd kunnen worden en zal het voertuig vergunning plichtig blijven. Om te bepalen of een voertuig voor militair gebruik ontworpen is, zal de Rijksoverheid wanneer nodig contact opnemen met overheidsinstanties in de landen waar de voertuigen geproduceerd zijn. Het beleid voor voertuigen die voor militair gebruik zijn aangepast, verandert overigens door deze interpretatiewijziging niet.

Wat betekent dat voor u?
Als u oud-legervoertuigen verhandelt naar landen die niet binnen de EU/NAVO+-categorie¹ vallen, kan deze beleidswijziging van invloed zijn op uw bedrijfsvoering. Voor voertuigen die speciaal voor militair gebruik ontworpen zijn, bestaat de kans dat hiervoor een vergunning aangevraagd dient te worden terwijl dit eerder niet het geval was. Deze uitvoervergunning kan worden aangevraagd bij de Centrale Dienst In- en Uitvoer (CDIU).

Vragen?
Als u verdere vragen heeft over deze beleidswijziging, kunt u contact opnemen met het Cluster Wapenexportcontrole van de Directie Veiligheidsbeleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
De contactpersoon is Maarten Broekhof (dvb-wapenexport@minbuza.nl).

¹ Dit betreft alle landen binnen de EU en de NAVO, minus Turkije en Cyprus, plus Australië, Japan, Nieuw-Zeeland en Zwitserland.


Terug naar het nieuwsoverzicht >